Steeds meer telers stappen over van aardgas op stroom. Door afspraken over CO2-uitstoot in de sector en de hogere kosten van aardgas nemen een e-boiler, een warmtepomp of extra belichting de plek in van de WKK. Op agrarische bedrijven speelt vaak iets anders: zonnepanelen op de stal of schuur leveren meer stroom op dan een gewone aansluiting kan terugleveren.
In beide gevallen verandert er veel aan uw elektriciteitsaansluiting. U krijgt te maken met de netbeheerder, met vermogens in kVA en met een eigen transformatorstation voor de glastuinbouw en agrarische sector. Hieronder staan de belangrijkste begrippen op een rij, van de WKK tot netcongestie.
In het kort
Een WKK (warmtekrachtkoppeling) is een installatie, meestal een gasmotor, die tegelijk elektriciteit en warmte opwekt. In de glastuinbouw wordt ook de CO2 uit de rookgassen gebruikt voor het gewas. Een WKK levert vaak meer stroom dan het bedrijf zelf gebruikt; dat overschot gaat terug naar het net. Wie zijn WKK vervangt, gaat dus van stroom leveren naar stroom afnemen.
Een e-boiler verwarmt water met elektriciteit. Het principe is eenvoudig, maar het vermogen is groot: een e-boiler kan in korte tijd veel stroom afnemen. Telers zetten de e-boiler vaak in op momenten dat stroom goedkoop is, bijvoorbeeld bij veel zon of wind.
Een warmtepomp haalt warmte uit de omgeving, bijvoorbeeld uit lucht, water of de bodem, en brengt die op een hogere temperatuur. Daarvoor gebruikt hij elektriciteit, maar minder dan een e-boiler voor dezelfde hoeveelheid warmte. Een warmtepomp draait vaak urenlang achter elkaar en weegt daardoor zwaar mee in uw vermogensvraag.
Groeilicht in de kas vraagt veel stroom, vooral in de wintermaanden. Breidt u de belichting uit, dan stijgt uw vermogensvraag mee.
Een kleinverbruikaansluiting is een aansluiting tot en met 3×80 ampère. Voor woningen en kleinere bedrijven is dat genoeg. Komt uw vermogensvraag of uw teruglevering daarboven uit, dan heeft u een grootverbruikaansluiting nodig.
Een grootverbruikaansluiting is een aansluiting boven 3×80 ampère. U wordt dan aangesloten op het middenspanningsnet van de netbeheerder en heeft een eigen transformatorstation nodig. Moet uw bestaande aansluiting zwaarder, dan vraagt u een netverzwaring aan bij uw netbeheerder.
Het gecontracteerd transportvermogen is het vermogen dat u volgens uw contract met de netbeheerder maximaal mag afnemen. Voor teruglevering maakt u een eigen afspraak. Gaat u erboven, dan kan de netbeheerder extra kosten rekenen. Het gecontracteerd vermogen bepaalt ook hoe groot uw transformatorstation moet zijn.
Teruglevering is stroom die u zelf opwekt en aan het net levert, bijvoorbeeld van zonnepanelen op de stal of van een WKK. Ook daarvoor heeft het net ruimte nodig. Levert u meer terug dan een kleinverbruikaansluiting toelaat, dan heeft u een grootverbruikaansluiting nodig, ook als u zelf weinig stroom gebruikt.
Het overdrachtspunt is de grens tussen het net van de netbeheerder en uw eigen installatie. De netbeheerder legt de aansluiting aan tot dat punt. Alles daarachter is van u, ook het transformatorstation.
Een transformatorstation zet de middenspanning van het net om naar 400 volt, de spanning waarmee uw bedrijf werkt. Op agrarische bedrijven en in de glastuinbouw staat het station vaak als compactstation op het terrein.
Het vermogen van een transformator wordt uitgedrukt in kVA (kilovoltampère). Hoe meer kVA, hoe meer vermogen het station kan leveren of terugvoeren. Hoeveel u nodig heeft, hangt af van uw gecontracteerd vermogen en de groei die u verwacht. Met de stappen om uw transformatorvermogen te berekenen komt u tot een eerste inschatting.
Een transformatorstation levert niet alleen stroom, het voert ook stroom terug. Het levert stroom aan uw kas of stal en voert zonnestroom terug naar het net. Voor bedrijven die zowel veel afnemen als veel opwekken, is het station daarmee het hart van de energievoorziening.
Elke netbeheerder stelt eigen eisen aan het transformatorstation en aan het overdrachtspunt. Die staan in het programma van eisen (PvE). Liander, Enexis, Stedin en Westland Infra hebben elk hun eigen PvE, en uw station moet voldoen aan dat van uw netbeheerder.
Een middenspanningsinstallatie moet een installatieverantwoordelijke hebben: iemand die verantwoordelijk is voor veilig beheer en bediening. Dat heet het IV-schap. Veel bedrijven hebben die kennis niet in huis en besteden het IV-schap uit.
Bij netcongestie zit het elektriciteitsnet in een gebied vol. De netbeheerder kan dan geen nieuwe of zwaardere aansluitingen toekennen, of pas na een wachttijd. In grote delen van Nederland speelt dit.
Met blokstroom krijgt u extra transportvermogen binnen een vast tijdsblok, vaak ’s nachts. Voor een teler kan dat interessant zijn als installaties zoals een e-boiler juist op die uren kunnen draaien.
Een non-firm ATO (alternatieve transportovereenkomst) geeft u transportvermogen met een voorwaarde: op drukke momenten mag de netbeheerder het beperken. In ruil daarvoor betaalt u meestal een lager tarief.
In een energiehub stemmen bedrijven in een gebied hun stroomgebruik en opwek op elkaar af. Zo delen ze de beschikbare netcapaciteit. Voor tuinbouwgebieden met veel bedrijven dicht bij elkaar kan dat een manier zijn om toch uit te breiden.
Met energieopslag in een batterij vangt u pieken in uw stroomgebruik op en buffert u zonnestroom voor later. Een batterij werkt vaak op een andere spanning dan uw bedrijf, en vraagt dan om een transformator die daarop is afgestemd.
Zodra uw vermogensvraag of uw teruglevering boven 3×80 ampère uitkomt. Dat gebeurt vaak bij de overstap naar een e-boiler, een warmtepomp of extra belichting, of bij een groot zonnedak.
Ja. Een transformatorstation werkt in twee richtingen: het levert stroom aan uw bedrijf en voert zonnestroom terug naar het net. Beide vermogens tellen mee bij de keuze van het station.
Uw bedrijf gaat van stroom leveren naar stroom afnemen. Een e-boiler vraagt veel vermogen, dus vaak moet uw aansluiting zwaarder en uw transformatorstation groter.
Dat verschilt per bedrijf. Het hangt af van uw gecontracteerd vermogen, de installaties die u elektrisch maakt en de groei die u verwacht. DBT Energie levert transformatorstations van 250 tot 3150 kVA.
Vraag naar alternatieven zoals blokstroom of een non-firm ATO, kijk of een energiehub in uw gebied mogelijk is, of vang pieken op met energieopslag. Zet daarnaast uw aanvraag zo vroeg mogelijk in, want de aansluiting bepaalt meestal de planning.
U. Alles achter het overdrachtspunt is uw eigendom, ook het station. Het IV-schap en het beheer kunt u uitbesteden; DBT Energie neemt dat van u over.
Wie in de glastuinbouw of agrarische sector overstapt op stroom, of meer zonnestroom wil terugleveren, krijgt bijna altijd te maken met een grootverbruikaansluiting en een eigen transformatorstation. Begin bij uw vermogensvraag, vraag een eventuele verzwaring op tijd aan en kies een station dat past bij uw netbeheerder en uw groei. DBT Energie levert transformatorstations voor de agrarische sector en glastuinbouw van 250 tot 3150 kVA, uit eigen voorraad.
Weten welk transformatorstation bij uw situatie past?
Vraag een offerte op maat aan. U krijgt binnen 24 uur antwoord van een adviseur.
Offerte op maat →