Een storing in de middenspanning kondigt zich zelden netjes aan. Het licht gaat uit, de productie valt stil en pas dan begint de zoektocht naar de oorzaak. Wie de eerste tien minuten goed gebruikt, verkort de hersteltijd vaak met uren. Niet door zelf te gaan schakelen, maar door de juiste dingen te zien, vast te leggen en door te geven.
Hieronder lopen we de tien oorzaken langs die we bij een storing middenspanning in de praktijk het vaakst tegenkomen, met per oorzaak de eerste check die je veilig zelf kunt doen. Wil je eerst weten hoe de onderdelen in je station samenhangen? Dat leggen we uit in hoe werkt een transformatorstation.

Eerst dit: veiligheid gaat voor snelheid
In een transformatorstation werk je met 10.000 of 20.000 volt. Een fout die op laagspanning een gedoofde lamp is, is op middenspanning een vlambooggevaar. Bedrijfsvoering van deze installaties is daarom geregeld in de NEN 3840 en, voor werk aan het net, in de BEI. Schakelhandelingen mogen alleen worden gedaan door personen die daarvoor zijn aangewezen door de installatieverantwoordelijke.
Praktisch betekent dat: houd deuren en panelen dicht, betreed de ruimte niet als je daarvoor niet bent aangewezen, en probeer nooit “even” opnieuw in te schakelen. Herinschakelen op een bestaande fout maakt de schade groter en het risico voor de persoon bij de installatie reëel. Meer hierover staat in ons artikel over veiligheidsmaatregelen bij middenspanningsinstallaties. Is niet duidelijk wie bij jou aangewezen is? Dan is dat het eerste dat je regelt, via je eigen organisatie of via uitbesteed IV-schap.
Storing middenspanning: wat je in de eerste tien minuten vastlegt
Deze informatie bepaalt of de monteur met het juiste onderdeel en de juiste voorbereiding aankomt, of dat de diagnose ter plaatse opnieuw begint:
- het exacte tijdstip van de storing;
- wat nog wél werkt: welke verdelingen, velden of gebouwdelen hebben spanning;
- de meldingen op de beveiliging: welk relais, welke indicatie, welk vlagje. Maak een foto van het display voordat iemand iets reset;
- geluid, geur, rook of roetsporen — en of iets warm aanvoelt aan de buitenzijde van een paneel;
- het weer: onweer, hevige regen, vorst of juist een warme dag met hoge belasting;
- recente werkzaamheden: een uitbreiding, graafwerk op het terrein, onderhoud, een nieuwe machine of laadpunten;
- de belasting kort voor de storing, als je die uitleest of gemeten hebt;
- of de netbeheerder een storing in het gebied meldt. Ligt de oorzaak buiten je aansluiting, dan is er in je eigen station niets te zoeken.
De 10 meest voorkomende oorzaken van een storing in de middenspanning
1. Een kabelfout of een verbindingsmof die het opgeeft
Moffen en eindsluitingen zijn de zwakste schakel in een middenspanningskabel: daar is het isolatiesysteem ooit met de hand opgebouwd. Oudere papier-loodkabels drogen uit, kunststofkabels degraderen langzaam door vocht in de isolatie. En dan is er nog de klassieker: een graafmachine op het terrein.
Eerste check: is er recent gegraven, geheid of bestraat op het kabeltracé? Kwam de storing direct bij inschakelen van een belasting, of uit stilstand? Een kabelfout laat zich alleen met meetapparatuur lokaliseren — niet met een tweede inschakelpoging.
2. Losse of warmgelopen verbindingen
Een railverbinding of kabelschoen die niet op het juiste aandraaimoment zit, of die door jarenlang opwarmen en afkoelen is gaan werken, wordt een weerstand. Die weerstand wordt warmte, de warmte tast het contact verder aan en uiteindelijk valt de verbinding uit — vaak precies op het moment dat de belasting hoog is.
Eerste check: zijn er verkleuringen, bruine aanslag of vervormde krimpkousen zichtbaar geweest bij de laatste inspectie? Verbindingen die warmlopen zie je met thermografie ruim voordat ze bezwijken.
3. Vocht, condens en te weinig ventilatie
Vocht in een station komt zelden van boven. Meestal komt het via niet-afgedichte kabeldoorvoeren, een verstopte afwatering of gewoon door condens: warme, vochtige lucht die neerslaat op koud staal. Het resultaat is corrosie op contacten en aarding, en op termijn overslag.
Eerste check: staat er water op de vloer, zijn de doorvoeren dicht en zijn de ventilatieopeningen vrij? Blokkeer een ventilatierooster nooit met opslag of een pallet.
4. Vervuiling en kruipstromen op isolatoren
Stof, zout, mest of industriële uitstoot vormen een laagje op isolatoren en doorvoeringen. Wordt dat laagje vochtig, dan ontstaan kruipstromen die zich naar een overslag toewerken. Kenmerkend zijn een sissend geluid, een ozonlucht en zwarte sporen op de isolator.
Eerste check: hoe lang is het sinds de installatie inwendig is geïnspecteerd en gereinigd? Is de omgeving van het station veranderd — meer stof, meer verkeer, agrarische activiteit?
5. Overbelasting: het vermogen groeide mee, de installatie niet
Elektrificatie gaat sneller dan de meeste installaties zijn ontworpen. Laadpunten, warmtepompen, extra productielijnen: de trafo en de verdeling werken structureel dichter bij hun grens. Dan is de storing geen defect maar een signaal, en komt hij terug op de warmste dag of tijdens de piek.
Eerste check: hoeveel belasting stond er kort voor de uitval, en hoe verhoudt dat zich tot het nominale vermogen? Is er in het afgelopen jaar iets bij gekomen dat niet in de oorspronkelijke berekening zat?
6. Beveiligingsinstellingen die niet meer passen
Na een uitbreiding blijven de instellingen van de beveiliging vaak staan zoals ze bij oplevering waren. Het gevolg is verlies van selectiviteit: een fout in één afgaand veld schakelt de hele installatie af, of de beveiliging grijpt in zonder dat er een echte fout is. Ook een verkeerd gekozen smeltveiligheid valt in deze categorie.
Eerste check: welk toestel heeft afgeschakeld, en had dat het dichtstbijzijnde toestel bij de fout moeten zijn? Ligt er een actueel instellingsrapport dat past bij de huidige installatie?
7. Overspanning door onweer of schakelhandelingen
Blikseminslag in de buurt en schakelovergangen in het net veroorzaken korte, hoge spanningspieken. Zonder werkende overspanningsafleiders — of met afleiders die hun werk al eens hebben gedaan — landt die piek op de isolatie van kabel, trafo of schakelinstallatie.
Eerste check: was er onweer rond het tijdstip van de storing? Zijn er meerdere apparaten tegelijk uitgevallen, ook op laagspanning? Zijn de afleiders ooit geïnspecteerd of vervangen?
8. Aarding met een te hoge overgangsweerstand
De aarding is de basis waarop beveiliging en veiligheid rusten. Corrosie op een aardrail, een losgetrilde verbinding of een aangetast aardnet verhogen de overgangsweerstand. Foutstromen vinden dan niet snel genoeg hun weg en de beveiliging reageert later dan bedoeld, of niet.
Eerste check: is de aarding ooit gemeten en is die meting recent? Zijn alle aardverbindingen zichtbaar aangesloten en vrij van corrosie?
9. Hulpvoeding en aandrijving: de storing achter de storing
Beveiligingsrelais, motoraandrijvingen en uitschakelspoelen hebben hulpspanning nodig. Een lege accu, een defecte gelijkrichter of een onderbroken uitschakelcircuit betekent dat de installatie een fout wel ziet, maar niet kan afschakelen. Dit type gebrek blijft onopgemerkt tot het moment dat het nodig is.
Eerste check: staan er storingsmeldingen of alarmlampjes op de hulpvoeding? Wanneer is de accuset voor het laatst getest of vervangen?
10. De transformator of schakelinstallatie zelf
Bij oliegevulde transformatoren melden het Buchholzrelais, de temperatuurbeveiliging of een olieniveaumelder dat er inwendig iets gebeurt. Bij gasgeïsoleerde middenspanningsinstallaties is een dalende gasdruk een reden om direct te stoppen met schakelen. Deze meldingen zijn geen ruis: ze horen bij de zwaarste categorie.
Eerste check: lees de melding af en fotografeer die, schakel niet verder en meld het als spoed. Loop hierbij niet zelf de installatie in.
En verder komen we regelmatig oorzaken tegen die niets met elektrotechniek te maken hebben: ongedierte dat via een doorvoer binnenkomt, vegetatie tegen de behuizing, opslag pal tegen een ventilatierooster of een aanrijding met een heftruck. Ook dat hoort bij het rondje om het station.
Van signaal naar waarschijnlijke oorzaak
| Signaal | Waarschijnlijke oorzaak | Eerste check |
|---|---|---|
| Alles uit, ook bij de buren | Storing in het net van de netbeheerder | Storingspagina netbeheerder, spanning op de aansluiting |
| Eén afgaand veld uit | Fout in die kabel, mof of belasting | Melding op het relais van dat veld, recent graafwerk |
| Hele installatie uit bij één fout | Selectiviteit niet in orde | Instellingsrapport en welk toestel afschakelde |
| Uitval bij piekbelasting, warme dag | Overbelasting of onvoldoende koeling | Belasting versus nominaal vermogen, ventilatie vrij |
| Sissend geluid, ozonlucht, zwarte sporen | Vervuiling en kruipstromen | Datum laatste inwendige inspectie |
| Uitval tijdens of na onweer | Overspanning | Staat en historie van de overspanningsafleiders |
| Buchholz-, temperatuur- of gasdrukmelding | Gebrek in trafo of schakelinstallatie | Niet meer schakelen, direct als spoed melden |
| Fout wordt gezien maar niet afgeschakeld | Hulpvoeding of uitschakelcircuit | Alarmen hulpvoeding, leeftijd accuset |
Storing verholpen. En dan?
De meeste storingen die wij zien waren zichtbaar geweest als iemand ernaar had gekeken: een warmgelopen verbinding, een aarding die nooit opnieuw gemeten is, instellingen van vóór de laatste uitbreiding. Na het herstel is dus de vraag welke van die tien oorzaken bij jou nog open staat.
- laat verbindingen en aansluitingen onder belasting thermografisch controleren;
- zorg voor continue meting van temperatuur en belasting, bijvoorbeeld met AssetGuard Trafo, zodat een afwijking een melding wordt in plaats van een storing;
- leg de instellingen van de beveiliging opnieuw vast na elke uitbreiding;
- houd de documentatie actueel: eendraadschema, instellingsrapport, meetrapporten en onderhoudslogboek. Zonder die stukken begint elke diagnose bij nul;
- beleg de installatieverantwoordelijkheid duidelijk, zodat op elk moment vaststaat wie mag schakelen.
Storing? Maak direct een ticket aan
Staat je installatie nu stil, of heb je een melding die je niet kunt plaatsen? Maak direct een ticket aan en zet erin wat je hierboven hebt vastgelegd: tijdstip, melding, wat nog wel werkt en wat er recent is gewijzigd. Dan komt onze monteur voorbereid en met de juiste onderdelen.
Veelgestelde vragen over een storing middenspanning
Wie mag er bij een storing in de middenspanning schakelen?
Alleen personen die daarvoor zijn aangewezen door de installatieverantwoordelijke en die aantoonbaar vakbekwaam zijn volgens NEN 3840. Heb je die rol niet zelf ingericht, dan hoort dat bij het IV-schap dat je uitbesteedt.
Mag ik zelf opnieuw inschakelen na een afschakeling?
Nee. Zolang de oorzaak niet bekend is, kan herinschakelen de fout groter maken en levensgevaar opleveren voor wie bij de installatie staat. Eerst diagnose, dan schakelen — en alleen door een aangewezen persoon.
Hoe weet ik of de storing bij mij zit of bij de netbeheerder?
Kijk of omliggende panden ook zonder spanning zitten en check de storingspagina van je netbeheerder. Zit er spanning op de aansluiting en valt alleen jouw installatie uit, dan ligt de oorzaak achter je eigen aansluitpunt.
Hoe voorkom ik dat dezelfde storing terugkomt?
Door de oorzaak vast te leggen in plaats van alleen de gevolgen te herstellen, en door de installatie periodiek te laten meten: thermografie, aardingsmeting, controle van de beveiligingsinstellingen en continue monitoring van temperatuur en belasting.




