Wie een wagenpark elektrificeert, regelt meestal eerst de voertuigen en daarna de stroom. In de praktijk werkt die volgorde andersom. De aansluiting op het elektriciteitsnet bepaalt het tempo van de overstap, niet de levering van bestelbussen of vrachtwagens.
Steeds meer gemeenten voeren een zero-emissiezone in voor stadslogistiek. Transport-, distributie- en logistieke bedrijven plannen daardoor de overstap naar elektrisch. Dit stappenplan laat zien hoe u de laadinfrastructuur voor uw depot of laadplein aanpakt: van de eerste inventarisatie tot de dag dat de eerste voertuigen op uw depot of distributiecentrum laden.
In het kort
Een elektrische bestelbus of vrachtwagen is vaak sneller geleverd dan een zwaardere netaansluiting. In veel regio’s hebben netbeheerders als Liander, Enexis, Stedin en Westland Infra te maken met netcongestie: het net zit vol, en nieuwe aansluitingen of verzwaringen laten op zich wachten.
Begin daarom met de vraag of uw huidige aansluiting de laadvraag aankan. Is het antwoord nee, dan start het traject bij uw netbeheerder. Pas daarna is het moment om voertuigen te bestellen en de levering te plannen.
Een goede aanvraag begint bij een helder beeld van wat u straks nodig heeft. Breng daarvoor deze punten in kaart:
Vooral de gelijktijdigheid maakt een groot verschil. Niet elk laadpunt vraagt op hetzelfde moment zijn maximale vermogen. De gelijktijdigheidsfactor geeft aan welk deel van het totale laadvermogen u in de praktijk tegelijk nodig heeft. Met laadmanagement stuurt u die factor zelf.
Met deze gegevens bepaalt u het totale vermogen, en daarmee het vermogen van de transformator die u nodig heeft.
Komt de totale vermogensvraag boven een kleinverbruikaansluiting (3x80A) uit, dan is een grootverbruikaansluiting op middenspanning nodig. Die vraagt u aan bij uw netbeheerder: Liander, Enexis, Stedin of Westland Infra, afhankelijk van uw regio.
In de aanvraag legt u het gecontracteerd transportvermogen (GTV) vast: het vermogen dat u maximaal van het net mag afnemen. Stem dit af op uw laadbehoefte, inclusief de verwachte groei. Een te krappe aanvraag betekent later opnieuw een verzwaring.
De wachttijd verschilt per regio en verandert door netcongestie. Uw netbeheerder geeft de actuele verwachting voor uw locatie. Vraag de aansluiting daarom aan zodra uw plannen concreet zijn. Ook in de periode na een aanvraag voor netverzwaring kunt u de overstap al voorbereiden.
Meldt de netbeheerder dat er voorlopig geen capaciteit is, dan hoeft de overstap niet stil te staan. Voor depots zijn er vier oplossingen die vaak goed werken:
Deze oplossingen zijn te combineren. Zo zet u energieopslag in bij netcongestie als tussenstap tot een verzwaring rond is.
Bij een grootverbruikaansluiting hoort een eigen transformatorstation voor uw laadplein. Dat station zet de middenspanning van de netbeheerder om naar 400 volt en verdeelt het vermogen over uw laadinfrastructuur.
Voor een depot of laadplein ligt een compactstation voor de hand: een complete buitenopstelling op uw eigen terrein. Is er buiten geen ruimte, dan is een inpandig transformatorstation in een traforuimte een alternatief.
Let bij de keuze ook op de plek van het station. De netbeheerder stelt in het Programma van Eisen eisen aan onder meer de bereikbaarheid. Ga daarnaast bij uw gemeente na of voor de plaatsing een omgevingsvergunning nodig is.
Elk station moet voldoen aan het Programma van Eisen van uw netbeheerder. DBT Energie bouwt compactstations van 250 tot 3150 kVA in eigen beheer, voor Liander, Enexis, Stedin en Westland Infra. Levering gebeurt uit eigen voorraad en zonder tussenpartijen. Dat scheelt tijd in de planning.
Bij laadinfrastructuur werken meerdere partijen samen:
De raakvlakken tussen die partijen bepalen of het project soepel verloopt. Denk aan de kabelroutes over het terrein, de plek van het station ten opzichte van de laadpunten, en de afstemming tussen station en laadmanagement.
DBT Energie stemt rechtstreeks af met uw installateur of laadpaalleverancier. Zo sluiten het station en de laadinfrastructuur vanaf het ontwerp op elkaar aan.
Na plaatsing sluit de netbeheerder het station aan op het net. Daarna volgen de aansluiting van de laadinfrastructuur en de eerste laadsessies.
Met een eigen middenspanningsinstallatie bent u ook verantwoordelijk voor het veilige beheer ervan. Volgens NEN 3840 moet daarvoor een installatieverantwoordelijke zijn aangewezen. Die verantwoordelijkheid kunt u bij DBT Energie onderbrengen in een IV-schap. De installatie wordt dan opgeleverd als goedgekeurde installatie, en DBT Energie neemt het beheer daarna voor zijn rekening.
Een aantal keuzes bepaalt of uw laadinfrastructuur over een paar jaar nog volstaat:
Houd daarom bij het ontwerp rekening met uitbreiding. Een station met ruimte voor groei voorkomt dat u bij de volgende fase opnieuw moet aanpassen. DBT Energie bouwt het station zo dat u later kunt uitbreiden, ook als uw elektrisch wagenpark verder groeit.
Zodra de totale vermogensvraag boven een kleinverbruikaansluiting (3x80A) uitkomt. Dan is een grootverbruikaansluiting op middenspanning nodig, met een eigen transformatorstation.
Dat hangt vooral af van de netaansluiting. De wachttijd voor een nieuwe aansluiting of verzwaring verschilt per regio en wordt bepaald door de netbeheerder. Het transformatorstation zelf levert DBT Energie uit eigen voorraad.
Soms wel. Met slim laden, blokstroom of energieopslag haalt u meer uit de bestaande aansluiting, of overbrugt u de wachttijd. Of dat volstaat, hangt af van uw laadbehoefte.
U vraagt de aansluiting aan bij uw netbeheerder: Liander, Enexis, Stedin of Westland Infra, afhankelijk van uw regio. DBT Energie levert het station volgens het Programma van Eisen van die netbeheerder.
Dat hangt af van het aantal voertuigen, het vermogen per laadpunt en hoeveel voertuigen tegelijk laden. DBT Energie rekent het voor u door.
De gelijktijdigheidsfactor geeft aan welk deel van het totale laadvermogen in de praktijk tegelijk wordt gevraagd. Niet alle voertuigen laden op hetzelfde moment met maximaal vermogen. Hoe lager de factor, hoe kleiner de aansluiting die u nodig heeft.
Smart charging, of slim laden, verdeelt het beschikbare vermogen automatisch over de laadpunten. Zo laden alle voertuigen op tijd, zonder dat u boven uw gecontracteerd transportvermogen uitkomt.
DBT Energie levert transformatorstations voor depots, elektrische wagenparken en laadpleinen, van 250 tot 3150 kVA. Wilt u weten welk vermogen uw depot nodig heeft en welk station daarbij past? Bekijk transformatorstations voor laadpleinen en wagenparken of vraag een offerte op maat aan. U ontvangt binnen 24 uur een offerte.
Weten welk transformatorstation bij uw situatie past?
Vraag een offerte op maat aan. U krijgt binnen 24 uur antwoord van een adviseur.
Offerte op maat →