Laadinfrastructuur op uw depot: het stappenplan van eerste idee tot laden

Wie een wagenpark elektrificeert, regelt meestal eerst de voertuigen en daarna de stroom. In de praktijk werkt die volgorde andersom. De aansluiting op het elektriciteitsnet bepaalt het tempo van de overstap, niet de levering van bestelbussen of vrachtwagens.

Steeds meer gemeenten voeren een zero-emissiezone in voor stadslogistiek. Transport-, distributie- en logistieke bedrijven plannen daardoor de overstap naar elektrisch. Dit stappenplan laat zien hoe u de laadinfrastructuur voor uw depot of laadplein aanpakt: van de eerste inventarisatie tot de dag dat de eerste voertuigen op uw depot of distributiecentrum laden.

In het kort

  • De netaansluiting bepaalt het tempo van de overstap, niet de levering van de voertuigen.
  • Komt de vermogensvraag boven een kleinverbruikaansluiting (3x80A) uit, dan is een grootverbruikaansluiting met een eigen transformatorstation nodig.
  • Is er geen netcapaciteit, dan bieden blokstroom, energieopslag, slim laden en eigen opwek uitkomst.
  • Houd bij het ontwerp rekening met groei, zodat u later kunt uitbreiden.

Stap 1: begin bij de aansluiting, niet bij de voertuigen

Een elektrische bestelbus of vrachtwagen is vaak sneller geleverd dan een zwaardere netaansluiting. In veel regio’s hebben netbeheerders als Liander, Enexis, Stedin en Westland Infra te maken met netcongestie: het net zit vol, en nieuwe aansluitingen of verzwaringen laten op zich wachten.

Begin daarom met de vraag of uw huidige aansluiting de laadvraag aankan. Is het antwoord nee, dan start het traject bij uw netbeheerder. Pas daarna is het moment om voertuigen te bestellen en de levering te plannen.

Stap 2: breng uw laadbehoefte in kaart

Een goede aanvraag begint bij een helder beeld van wat u straks nodig heeft. Breng daarvoor deze punten in kaart:

  • Aantal voertuigen: hoeveel bestelbussen en vrachtwagens worden elektrisch, nu en in de komende jaren?
  • Stilstandtijden: wanneer staan de voertuigen op het depot? Wie ’s nachts laadt, heeft meer uren en dus minder vermogen per laadpunt nodig.
  • Manier van laden: langzaam laden met AC ’s nachts, of snelladen met DC tussen ritten door?
  • Gelijktijdigheid: laden alle voertuigen tegelijk, of verspreid over de nacht?
  • Overig verbruik: koeling, verlichting, werkplaats en kantoor draaien op dezelfde aansluiting.

Vooral de gelijktijdigheid maakt een groot verschil. Niet elk laadpunt vraagt op hetzelfde moment zijn maximale vermogen. De gelijktijdigheidsfactor geeft aan welk deel van het totale laadvermogen u in de praktijk tegelijk nodig heeft. Met laadmanagement stuurt u die factor zelf.

Met deze gegevens bepaalt u het totale vermogen, en daarmee het vermogen van de transformator die u nodig heeft.

Stap 3: vraag de netaansluiting of verzwaring aan

Komt de totale vermogensvraag boven een kleinverbruikaansluiting (3x80A) uit, dan is een grootverbruikaansluiting op middenspanning nodig. Die vraagt u aan bij uw netbeheerder: Liander, Enexis, Stedin of Westland Infra, afhankelijk van uw regio.

In de aanvraag legt u het gecontracteerd transportvermogen (GTV) vast: het vermogen dat u maximaal van het net mag afnemen. Stem dit af op uw laadbehoefte, inclusief de verwachte groei. Een te krappe aanvraag betekent later opnieuw een verzwaring.

De wachttijd verschilt per regio en verandert door netcongestie. Uw netbeheerder geeft de actuele verwachting voor uw locatie. Vraag de aansluiting daarom aan zodra uw plannen concreet zijn. Ook in de periode na een aanvraag voor netverzwaring kunt u de overstap al voorbereiden.

Stap 4: geen netcapaciteit? Bekijk de alternatieven

Meldt de netbeheerder dat er voorlopig geen capaciteit is, dan hoeft de overstap niet stil te staan. Voor depots zijn er vier oplossingen die vaak goed werken:

  • Blokstroom: extra transportvermogen in een vast tijdsblok, in de praktijk vaak ’s nachts. Dat past bij een wagenpark dat ’s nachts op het depot staat. Of blokstroom beschikbaar is, verschilt per netbeheerder en per regio.
  • Energieopslag: een batterij laadt op wanneer er ruimte op het net is, en levert vermogen op het moment dat uw voertuigen laden. Met energieopslag voor bedrijven vangt u pieken op zonder zwaardere aansluiting.
  • Slim laden (smart charging): energiebeheer verdeelt het beschikbare vermogen over de laadpunten. Zo blijft u binnen uw gecontracteerd transportvermogen.
  • Eigen opwek: zonnepanelen op het dak van uw depot leveren overdag stroom. In combinatie met een batterij is die stroom ook ’s nachts beschikbaar voor uw voertuigen.

Deze oplossingen zijn te combineren. Zo zet u energieopslag in bij netcongestie als tussenstap tot een verzwaring rond is.

Stap 5: ontwerp en levering van het transformatorstation

Bij een grootverbruikaansluiting hoort een eigen transformatorstation voor uw laadplein. Dat station zet de middenspanning van de netbeheerder om naar 400 volt en verdeelt het vermogen over uw laadinfrastructuur.

Voor een depot of laadplein ligt een compactstation voor de hand: een complete buitenopstelling op uw eigen terrein. Is er buiten geen ruimte, dan is een inpandig transformatorstation in een traforuimte een alternatief.

Let bij de keuze ook op de plek van het station. De netbeheerder stelt in het Programma van Eisen eisen aan onder meer de bereikbaarheid. Ga daarnaast bij uw gemeente na of voor de plaatsing een omgevingsvergunning nodig is.

Elk station moet voldoen aan het Programma van Eisen van uw netbeheerder. DBT Energie bouwt compactstations van 250 tot 3150 kVA in eigen beheer, voor Liander, Enexis, Stedin en Westland Infra. Levering gebeurt uit eigen voorraad en zonder tussenpartijen. Dat scheelt tijd in de planning.

Stap 6: stem af met installateur en laadpaalleverancier

Bij laadinfrastructuur werken meerdere partijen samen:

  • De netbeheerder verzorgt de aansluiting op het net.
  • De leverancier van het transformatorstation levert en plaatst het station.
  • De installateur legt de verbinding van het station naar de laadpunten.
  • De laadpaalleverancier levert de laadpalen en vaak het laadmanagement.

De raakvlakken tussen die partijen bepalen of het project soepel verloopt. Denk aan de kabelroutes over het terrein, de plek van het station ten opzichte van de laadpunten, en de afstemming tussen station en laadmanagement.

DBT Energie stemt rechtstreeks af met uw installateur of laadpaalleverancier. Zo sluiten het station en de laadinfrastructuur vanaf het ontwerp op elkaar aan.

Stap 7: plaatsing, oplevering en beheer

Na plaatsing sluit de netbeheerder het station aan op het net. Daarna volgen de aansluiting van de laadinfrastructuur en de eerste laadsessies.

Met een eigen middenspanningsinstallatie bent u ook verantwoordelijk voor het veilige beheer ervan. Volgens NEN 3840 moet daarvoor een installatieverantwoordelijke zijn aangewezen. Die verantwoordelijkheid kunt u bij DBT Energie onderbrengen in een IV-schap. De installatie wordt dan opgeleverd als goedgekeurde installatie, en DBT Energie neemt het beheer daarna voor zijn rekening.

Veelgemaakte fouten, en waarom groei vooraf telt

Een aantal keuzes bepaalt of uw laadinfrastructuur over een paar jaar nog volstaat:

  • Voertuigen bestellen voordat de aansluiting geregeld is. De voertuigen staan dan klaar, maar kunnen niet of beperkt laden.
  • Alleen rekenen met het huidige wagenpark. Elektrificeren gebeurt meestal in fases. Een aansluiting voor de eerste fase is dan snel te klein.
  • Het overige verbruik vergeten. Koeling, werkplaats en kantoor draaien op dezelfde aansluiting als de laadpunten.
  • Laadmanagement niet meenemen in het ontwerp. Zonder slim laden heeft u vaak meer vermogen nodig dan strikt noodzakelijk.

Houd daarom bij het ontwerp rekening met uitbreiding. Een station met ruimte voor groei voorkomt dat u bij de volgende fase opnieuw moet aanpassen. DBT Energie bouwt het station zo dat u later kunt uitbreiden, ook als uw elektrisch wagenpark verder groeit.

Veelgestelde vragen

Wanneer heb ik een eigen transformatorstation nodig voor mijn depot of laadplein?

Zodra de totale vermogensvraag boven een kleinverbruikaansluiting (3x80A) uitkomt. Dan is een grootverbruikaansluiting op middenspanning nodig, met een eigen transformatorstation.

Hoe lang duurt het om laadinfrastructuur op een depot te realiseren?

Dat hangt vooral af van de netaansluiting. De wachttijd voor een nieuwe aansluiting of verzwaring verschilt per regio en wordt bepaald door de netbeheerder. Het transformatorstation zelf levert DBT Energie uit eigen voorraad.

Kan ik beginnen met laden zonder netverzwaring?

Soms wel. Met slim laden, blokstroom of energieopslag haalt u meer uit de bestaande aansluiting, of overbrugt u de wachttijd. Of dat volstaat, hangt af van uw laadbehoefte.

Wie vraagt de netaansluiting aan?

U vraagt de aansluiting aan bij uw netbeheerder: Liander, Enexis, Stedin of Westland Infra, afhankelijk van uw regio. DBT Energie levert het station volgens het Programma van Eisen van die netbeheerder.

Welk vermogen heeft mijn depot nodig?

Dat hangt af van het aantal voertuigen, het vermogen per laadpunt en hoeveel voertuigen tegelijk laden. DBT Energie rekent het voor u door.

Wat is de gelijktijdigheidsfactor van een laadplein?

De gelijktijdigheidsfactor geeft aan welk deel van het totale laadvermogen in de praktijk tegelijk wordt gevraagd. Niet alle voertuigen laden op hetzelfde moment met maximaal vermogen. Hoe lager de factor, hoe kleiner de aansluiting die u nodig heeft.

Wat is smart charging?

Smart charging, of slim laden, verdeelt het beschikbare vermogen automatisch over de laadpunten. Zo laden alle voertuigen op tijd, zonder dat u boven uw gecontracteerd transportvermogen uitkomt.

Laadinfrastructuur voor uw depot of laadplein

DBT Energie levert transformatorstations voor depots, elektrische wagenparken en laadpleinen, van 250 tot 3150 kVA. Wilt u weten welk vermogen uw depot nodig heeft en welk station daarbij past? Bekijk transformatorstations voor laadpleinen en wagenparken of vraag een offerte op maat aan. U ontvangt binnen 24 uur een offerte.

Weten welk transformatorstation bij uw situatie past?

Vraag een offerte op maat aan. U krijgt binnen 24 uur antwoord van een adviseur.

Offerte op maat